Medication time! #WorldMentalHealthDay

M

Als geen ander hoop ik dat jij als lezer mentale klachten ontbeert. Of misschien wens ik je dat oprecht wel toe, omdat ik tezelfdertijd hoop, dat je er weer beter én sterker uit zult klimmen. Want als je er ‘overheen groeit’, uit dat beruchte dal, en je er weer een beetje tegen kan, dan word je geheid de kracht zelve. Trust me, been there, en ik weet er alles/een heleboel van.

Zo’n vijftien jaar geleden, nee nog langer geleden, heb ik wat struggles gehad. En ik ben zelfs korte tijd vrijwillig opgenomen geweest in een psychiatrische kliniek. Die periode heeft me achteraf zelf nog het meest verbaasd, mag ik wel stellen.

Al liep ik dan wel tegen die beruchte leeftijd van 35 aan. En raakte ik daarvan dusdanig in paniek, want geen baan, geen man, geen kids. Maar wel een dak boven mijn hoofd en trotse huishoudster van mijn feline vriendjes. Dat laatste vergat ik maar even, voor de leuk. Ik raakte erg in verwarring en belande in een psychotische hoedanigheid waarin ik mezelf (ook) erg onveilig waande en liet mezelf dus vrijwillig onder de hoede nemen van een kliniek.

Al wat ik me herinnerde van die kliniek waren de vrijwel nutteloze gesprekken met de psychiaters en hun verpleegkundigen.

‘Hoe voelt dat voor je?’ is wel een van de lastigste vragen die je me kunt stellen. Naast de vragen wat je plannen zijn voor vandaag en hoe je om wenst te gaan met de rest van je leven. Vragen, vragen, vragen, en ik ondervond destijds al zo’n moeite met opstaan, laat staan ademhalen. De vragen werden steeds benauwender. Ik had het gevoel te moeten wegkruipen in een heel donker holletje in een hoek van de kamer, waar ik liefst ongezien de dag verder kon doorbrengen.

Die indringendheid, dat (onder)zoekende, maar zeker ook de angst om voorgoed achter gesloten deuren te moeten verdwijnen maakten dat ik het hart niet op de tong droeg. Misschien dat mijn eeuwige scepsis de overhand had genomen. Waren die pyschiaters en hun verpleegkundigen immers niet ook een beetje maf?

Ik kon sowieso geen antwoorden bedenken op die vragen. Sloeg op tilt. Had geen zin om dat stukje verantwoording af te moeten leggen aan een volmaakte vreemdeling. Misschien was ik wel obstinaat maar ik voelde dat ik steeds meer verwijderde, ver weg van mezelf. Had er heel veel moeite mee om zaken te benoemen. Als er iets is, wat me aan anderen vrijwel altijd verbaast, is dat zij dat wel zo goed kunnen.

Ik heb voor altijd dat gevoel dat ik wat uitstel nodig heb om iets een plek te geven. Wat een heel vreemde eigenschap is als je net zo ongeduldig bent als ik. Maar daarentegen ben ik een Weegschaal, en van nature graag aan het wikken en wegen voordat ik een helder antwoord kan formuleren.

Ik heb me nooit zo onzeker gevoeld als in die tijd dat ik wekelijks gesprekken voerde met de psych, danwel een verpleegkundige in die sector. Ik wist eerlijk gezegd ook niet hoe snel ik weg kon wezen.

En verder liet men me dus maar al te graag aan het lot over. Het lot van de medicatie die zou moeten gaan aanslaan eerdaags. ‘Medication time!’ (One flew over the cuckoo’s nest) was blijkbaar schier belangrijker dan wat ik zei, dacht of voelde. En warempel dat dat pilletje na een week of wat ook aansloeg. In eerste instantie voelde ik me nog wat wankel. Maar naarmate de tijd vorderde besefte ik eens en te meer dat ik twee dingen heel verkeerd had gedaan. Stipt op nummer één stond mijn twijfel aan alles in dit leven, en nummer twee, was dat ik niets meer deed en alleen nog maar dacht. Ik besefte plots dat niet alle gedachten het waard zijn om te denken, en dat ledigheid wel degelijk de duivels oorkussen is. Ik moet minder denken, en méér doen.

Needless to say, was nadien dat moment gekomen dat ik door mijn persoonlijke manier van aanpak wat zelfvertrouwen opbouwde. En merkte ik op dat ik in oplossen erg goed werd. Alles wat me niet zinde werd in die bak met afval gemieterd. Elk probleem dat zich aandiende werd rücksichtslos uit mijn leven verbannen. Aan gewerkt. Mee gedealed. Ik deed echt alles om alle problemen stelselmatig aan te pakken. Net zolang tot er geen vuiltje aan de lucht meer was. Geen wonder, want there’s only so much you can handle at one time.

Dat zelfvertrouwen wat het me opleverde deed me inzien dat ik – ja, zelfs ik – ook een mens van vlees en bloed was. Zelfs ben. En deed me nóg sterker in m’n schoenen staan. Gaf me zelfs het gevoel dat ik als persoon wel oké ben.

En toen was daar de dag dat ik plotseling naar weer naar mijn eigen huis verlangde. Ik had het niet meer nodig. Ik was ík geworden, al was ‘t dan met behulp van dat pilletje. Ik kieperde de rest van de zielenknijpers ook uit mijn leven. En sindsdien vertrouw ik altijd weer en voor de rest van mijn nog te leven leven alleen maar op mezelf..

Ik besefte toen nog niet goed, dat het zó belangrijk is om naast een behandelplan ook naar een behandelduur te vragen. Op een gegeven moment moet je voor jezelf de stappen durven wagen, die je zet naar een onafhankelijk leven. Zonder dat je een of andere ‘peut over je schouders laat meekijken naar je leven. Zonder dat hij meer vragen op je afroept dan je antwoorden kan geven. Immers, die antwoorden weet je al, zijn binnen in je aanwezig, als je het eenmaal durft weer alleen die stappen te zetten. Voor het leven.

En nu jij!

Over mij

Pix

Hee hallo, ik ben Irene, mijn nick is Pix, en ik blog sinds 2002. Mijn schrijflust doet me vaak naar het toetsenbord grijpen. Dat alles onder het genot van veel koffie en chocolate bites, gewoon omdat alles nu eenmaal veel mooie - en lekkere - flow vergt. Enneuhm..., mijn haar zit ook nog 'es altijd goed! Zie ook mijn about-pagina.

1 Reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • ‘Wat vind je daar eigenlijk zelf van?’ vond ik ook altijd zo’n dooddoener. Bij psycholoog nummer drie dreunde ik bij de intake het hele rijtje aan inhoudsloze vragen op: ‘Zo, die vragen gaat u mij niet stellen, akkoord?’ Vond-ie wel grappig, geloof ik.

Door Pix
%d bloggers liken dit: