Slippery when wet

S

Als altijd werden we gewaarschuwd dat als we een raam hadden ingeschoten, we dan zelf voor de kosten op moesten draaien, en op die verrekte locatie moesten blijven. Terwijl anderen ‘m smeerden, hebben wij – of mijn ouders – zo heel wat straatvoetbalmisère bekostigd. Zo ook die ene keer. Aangezien ik ’t enige meisje in de buurt was met vijf oudere vrienden waaronder m’n grote broer, mocht ik altijd mee op pad en potje voetbal doen. Niet dat ik er veel van teweeg bracht. Ik was euhm… zeg maar, ietwat onhandig met de bal, maar leerde wel heel snel.

In onze kindertijd hebben wij altijd tussen het rijdende en parkerende verkeer door gespeeld, want we hadden in de buurt geen veldjes, maar dit was dan ook ’t centrum van Haarlem. Dus wat wil je? En we huppelden vaak over en tussen de auto’s heen, zonder ooit ongelukken te veroorzaken of ook maar enig besef van gevaar te hebben. Dat verbaast me achteraf nog ’t meest.

Terwijl de jongens gehaaid pingelden met de bal, en ermee speelden alsof ze Cruyff himself waren, was ik er eentje van de vliegende keep, en ’t ver weg schieten. Ik gooide mijn hele vege lijf op de bal als keeper. Maar die ene keer schoot ik terug, maar veels té hoog en belande ’t ding op ’t dak van de nabijgelegen school.

‘Je haalt ‘m er ook maar weer vanaf!’ was ’t antwoord, want dit was de enige échte leren bal die we hadden.

Dus klom ik die tweeënhalve verdieping van die nabijgelegen school via de regenpijp omhoog. En klauterde tot ik in de goot aankwam, waar ik half balancerend de bal een loeiharde trap verkocht. Het was echter glad daarboven.

Ergens maakte m’n ene voet de slip en daar ging ik. In de val naar beneden strekte ik m’n armen uit, want je wilt de val ergens breken en die steeds sneller naderende aarde van je af duwen, lijkt wel. Na die niet lichte landing op de aarde hoorde ik binnen no time van alles kraken én breken. Alle lucht werd in één harde zucht uit mijn lichaam geblazen door de klap. Ondanks dat deze val voor mijn gevoel urenlang had geduurd, was ’t natuurlijk binnen ’n luttele seconde ’n feit. M’n armen hadden de klap enigszins opgevangen. En ik stond net op ’t punt om buiten westen te raken, totdat ik opeens die stem hoorde.

‘Wauw, cool, doe dat nu nog ‘es!’ zei het.

Ergens in m’n achterhoofd moest ik daarop antwoorden. En stamelde zoveel ik nog kon, dat ik dat liever niet zou doen.

Binnen enkele minuten arriveerden de politie en een ambulance. Terwijl ik me afvroeg of al mijn onderdelen wel zouden passen in één enkele ziekenwagen. En werd ik voorzichtig op een stretcher gelegd voor een rit naar het ziekenhuis. De schade bleek enorm. M’n armen waren allebei gebroken op diverse plaatsen. Ik had een been gebroken, ook zeer divers qua scheurtjes en breuken. De doktoren diagnosticeerden verder nog wat gekneusde en gebroken ribben. Dus werd ik helemaal ingepakt in gips. En moest de eerstkomende weken gevoed worden, want kon nog geen vork naar m’n mond brengen. Drie weken lag ik daar in ’t ziekenhuis handtekeningen op dat verrekte gips te verzamelen.

Het joch dat me buiten westen hield door precies op ’t juiste moment een ietwat rake opmerking te geven, moesten we nadien ervan weerhouden me na te apen door op en van nabijgelegen garages te springen. Hij was – zo leerde ik later – een ietwat autistisch kind en dacht blijkbaar, wat zij kan, kan ik óók. Hij had beslist geen notie van gevaar. En volgde me sindsdien op de voet, want ik werd zijn persoonlijke heldin.

Vanmorgen werd ik wakker, badend in ’t zweet, en vroeg me af, of ’t maar een droom was. Of toch niet?

Over mij

Irene

Als ik wat eenvoudige kreten roep als opgeruimd, energiek, niet snel gek te krijgen, humoristisch, betrouwbaar, oplossingsgericht en dat mijn haar altijd goed zit, krijg je al een aardig beeld van me. Liefst ben ik de hele dag creatief bezig met anything visual zoals logo’s, webdesign en -ontwikkeling. Kan niet buiten mijn iMac, iPhone en iPad, maar liefst ook niet zonder een biertje, nootje en chipje. Zolang gezelligheid maar troef is…

2 Reacties

  • Zo erg heb ik het gelukkig als kind nooit voor elkaar gekregen. Dat was niet niks zeg dit wel heerlijk geschreven stukje. Ik ben er redelijk goed vanaf gekomen met: hark in mijn hoofd, kop op vensterbank, van schommel afgedonderd, been open aan prikkeldraad en aan een waslijn met mijn keel blijven hangen.

Door Irene
Follow

Get the latest posts delivered to your mailbox:

%d bloggers liken dit: